Nieuws 2006

Premies sociale verzekeringen voor 2007 vastgesteld

De ministerraad heeft op voorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de hoogte van de premies voor de sociale verzekeringen voor 2007 vastgesteld. Een aantal premies wijkt af van de cijfers die het Centraal Planbureau op Prinsjesdag heeft gepubliceerd.
Zo wijkt de hoogte van de werkloosheidspremie af van de raming van het Centraal Planbureau. De WW-premie voor werknemers gaat omlaag met 1,35 procent en wordt 3,85 procent. De WW-premie voor werkgevers daalt met 0,15 procent en wordt 3,30 procent.
Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) stelt de gemiddelde sectorpremie in november vast. Als deze premie noemenswaardig anders is dan verwacht, dan wordt de werkloosheidspremie voor werkgevers ook aangepast. Dit zal per saldo geen effect hebben op de totale premie voor werkgevers.
Het UWV heeft al de WAO-rekenpremie en de WGA-rekenpremie vastgesteld. Deze vallen lager uit dan de raming van het Centraal Planbureau.
 
Premiepercentages:
AOW werknemers 17,90 %
ANW werknemers 1,25 %
AWBZ werknemers 12,00 %
 
WAO/WIA-basispremie (Aof) werkgevers 5,15 %
WAO-rekenpremie (Aok) werkgevers 0,48 %
WAO-gemiddelde premie (Aok) werkgevers 0,62 %
WGA-rekenpremie (werkhervattingskas) werkgevers 0,75 %
Awf werknemers 3,85 %
werkgevers 3,30 %
ZVW-inkomensafhankelijke bijdrage werkgevers* 6,50 %
UFO werkgevers 0,78 %
FO-ERD ZW 0,72 %
Sectorpremie gemiddeld werkgevers** 1,48 %
Uniforme opslag op UFO-premie en sectorpremie werkgever *** 0,28 %
 
Maximale premie-inkomensgrens werknemersverzekeringen per dag**** € 172,48
Maximale premie-inkomensgrens ZVW per jaar**** € 30.623,00
Franchise Awf-premie per dag**** € 60,00
 
* Dit is een inkomensafhankelijke bijdrage van verzekerden waartegenover een werkgeversvergoeding staat. Verzekerden zonder werkgeversvergoeding zijn een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd van 4,4 procent.
** Moet nog door het UWV worden vastgesteld.
*** Deze opslag heeft betrekking op de verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang en is onderdeel van het Belastingplan 2007. Dit belastingplan moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.
**** Hierbij wordt uitgegaan van 21,75 werkdagen in een maand.

VWS wijst bestuurders zorginstellingen op verantwoordelijkheid brandveiligheid

Brandveiligheid beperkt zich niet alleen tot 'cellen', maar is ook aan de orde in ziekenhuizen, gehandicaptenvoorzieningen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen en de GGZ.
Onlangs is het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over de Schipholbrand gepubliceerd. De minister van Justitie heeft over de uitkomsten van dit rapport gisteren een debat met de Tweede Kamer gevoerd. Anders dan bij de justitiële inrichtingen gaat het in de zorgsector om private instellingen. VWS achtte het toch goed om ook voor deze sector op een rij te zetten hoe de verantwoordelijkheidsverdeling voor de brandveiligheid precies ligt.
De formele verantwoordelijkheden zijn helder vastgelegd. De instelling is eerste verantwoordelijke voor de brandveiligheid, de gemeente houdt “toezicht” door middel van de “gebruikersvergunning” en de “aanschrijving”. De voorwaarden waaraan moet worden getoetst, liggen vast in het “Bouwbesluit 2003” en de gemeentelijke bouwverordening. Het opstellen van dit Bouwbesluit en het toezicht op de naleving daarvan door gemeenten valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VROM.
Omdat instellingen in de care en cure en gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor een brandveilige omgeving zal het ministerie van VWS zo spoedig mogelijk samen met het ministerie van VROM een circulaire laten uitgaan naar gemeenten, brandweer en zorginstellingen om de regelgeving rond brandveiligheid in zorginstellingen nog eens onder de aandacht te brengen. Dan kunnen instellingen die niet (volledig) aan de eisen van brandveiligheid zouden voldoen, actie ondernemen.

Nog 730 grote en 1030 kleine innovatievouchers beschikbaar

Tot nu toe zijn ruim 4200 van de 6000 beschikbare innovatievouchers verstrekt. Tot 15 november 2006 kunnen MKB-ondernemers nog een grote of kleine innovatievoucher aanvragen. Bezien wordt of deze termijn nog verlengd kan worden.
De twee soorten vouchers zijn: kleine vouchers ter waarde van 2500 euro én grote vouchers ter waarde van 7500 euro, waarbij een verplichte eigen bijdrage van 1/3 deel geldt. De overheid betaalt maximaal 5000 euro subsidie bij een grote voucher. Aanvragen voor een innovatievoucher kunnen worden ingediend bij SenterNovem.

Industriebeeld: meer omzet en productie

De ondernemers in de industrie blijven zeer optimistisch. Het producentenvertrouwen kwam in september 2006 uit op 7,9. Dat is vrijwel even hoog als in augustus. De stemming onder de ondernemers is in de afgelopen twaalf maanden sterk verbeterd. De industriële ondernemers waren wel iets minder positief over hun voorraad gereed product. De producenten van investeringsgoederen waren flink positiever over de productie in de komende maanden.
Het volume van de bruto toegevoegde waarde is in de industrie in het tweede kwartaal van 2006 met 1,4 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder.
De hogere omzet in de industrie is bijna voor ongeveer driekwart positief beïnvloed door hogere afzetprijzen. In juli werden de recordprijzen voor een vat ruwe olie, die in mei betaald werden, ruimschoots overtroffen. Vooral in de aardolie en chemische industrie namen hierdoor de afzetprijzen met 12 procent fors toe, maar toch minder dan in de voorgaande maanden van dit jaar.
Vrijwel alle branches leverden in juli meer productie dan in juli 2005. Vooral de metaalindustrie en de voedings- en genotmiddelenindustrie deden het goed met een productietoename van 5 procent.
De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2006 met 2,8 procent gegroeid. De economische groei in het tweede kwartaal is 0,4 procentpunt opwaarts aangepast. Dat komt doordat de productiecijfers van de industrie, de bouw en de zorg hoger zijn dan eerder geraamd. In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de economie met 2,9 procent, de hoogste groei in ruim vijf jaar. De uitvoer leverde de belangrijkste bijdrage aan de groei. Daarnaast trekken ook de binnenlandse bestedingen duidelijk aan. Huishoudens hebben meer geconsumeerd en bedrijven meer geïnvesteerd. Over geheel 2005 groeide het BBP met 1,5 procent.

Nederlandse industrie verbeterde haar energie-efficiëntie in 2005 met 3%

De Nederlandse industrie wist haar energie-efficiency in het jaar 2005 met 3% te verbeteren. Dat blijkt uit de resultaten van de Meer Jaren Afspraken (MJA's) energie-efficiency over 2005, die minister Joop Wijn van Economische Zaken aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In de MJA's worden al sinds 1992 de afspraken op het gebied van energie-efficiëntie vastgelegd, die de ministeries van Economische Zaken en Landbouw maken met 900 bedrijven in 34 verschillende sectoren. Met advies en ondersteuning door Senternovem geven de betrokken bedrijven, als het goed is, energiebesparing een structurele rol in hun bedrijfsvoering.
In de zogeheten industriële sectoren lukte dat in 2005 het best, zo blijkt uit de cijfers van het ministerie. De bedrijven die onder deze noemer vallen, verbeterden hun energie-efficiëntie met gemiddeld 3%. Dat is hoger dan in 2004, toen de efficiëntieverbetering slechts 2,4% bedroeg.

ARTA nieuwsbrief Juli-September

Als bijlage de nieuwsbrief van ARTA, the American Reusable Textile Association. Deze nieuwsbrief is van Juli, Augustus en September 2006.
BijlageGrootte
417_arta_newsletter_july_sept_06.pdf503 KB

Advies McKinnon&Clarke vastzetten gasprijs kwartaal 1

Het huidige contract met Essent voor de levering van gas heeft nog een looptijd tot eind 2007. Naar we hebben begrepen, hebben vele bedrijven hebben de prijs nog niet gefixeerd. McKinnon&Clarke heeft met betrekking tot het huidige contract met gas geadviseerd om de prijzen voor kwartaal 1 vast te zetten. Zij geven aan dat er nauwelijks geen premies meer zijn tussen de ''floating" P en G-waarden en de ''forward" P- en G-waarden voor Q1 2007. Met andere woorden het vastzetten van Q1 2007 elimineert een prijsrisico naar boven en/of beneden tegen actuele prijzen. Voor de overige kwartalen zie je de premie oplopen.
Op dit moment is het verschil tussen de verwachte prijzen op stookolie en gasolie zodanig klein met de werkelijke dagnoteringen dat McKinnon&Clarke het raadzaam acht, ter eliminatie van prijsrisico (omhoog en omlaag) om kwartaal 1 2007 vast te zetten. Met andere woorden: vast zetten hoeft niet perse maar geeft wel zekerheid tegen een (waarschijnlijk) zeer geringe premie.
De gasmarkten zouden, naarmate de winter milder is dan verwacht, weleens behoorlijk kunnen inzakken. Mocht dit gebeuren dan trekt dat ook de P- en G-waarde naar beneden. Er is natuurlijk ook een keerzijde. Wanneer de winter strenger wordt dan verwacht, zal het waarschijnlijk nog even duren voordat de prijscorrectie (naar beneden) zich doorzet in de gasmarkt. Dit is dan ook de reden om wellicht Q1 te fixeren (hoofdreden is eliminatie van risico; dit betekent niet perse de laagste prijs!!!).
 
Voor het fixeren van de gasprijs, kunt u contact opnemen met de heer J. Zonneveld van Essent via e-mail: j.zonneveld@essent.nl.

Bestuurswisseling Bedrijfstak-pensioenfonds voor de Textielverzorging

Enige tijd geleden heeft Herman ten Bruggencate afscheid genomen van het Bestuur van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Textielverzorging. Als senior accountmanager heeft hij jarenlang gefungeerd als aanspreekpunt voor de pensioenregeling die door Centraal Beheer Achmea wordt uitgevoerd. Onder dankzegging voor zijn betrokkenheid en ondersteuning heeft het bestuur hem op gepaste wijze uitgeluid.
Zijn collega Jarco Sonneveld heeft direct in dezelfde hoedanigheid zijn rol overgenomen. Na een gedegen inwerkperiode van bijna 1 jaar is hij nu voor het bestuur het 1e aanspreekpunt binnen Centraal Beheer Achmea. Jarco Sonneveld is bijna 20 jaar werkzaam in de pensioenbranche en heeft met name een ruime ervaring in de uitvoering van bedrijfstakpensioenregelingen.

Basispremie WGA wordt 0,28%

UWV heeft de basispremie voor de WGA voor 2007 vastgesteld op 0,28%. Het gaat om een gemiddelde premie die nog wordt opgehoogd met een vaste opslag van 0,48% (de zogeheten rentehobbel). Vervolgens wordt een opslag of korting toegepast. Werkgevers van wie de afgelopen jaren veel werknemers in de WAO kwamen, betalen een opslag. Werkgevers die juist weinig instroom in de WAO hadden, krijgen een korting. De uiteindelijke premie kent wel een minimum en een maximum.

Bekostiging WGA per 1 januari 2007

De werkgever draagt 10 jaar lang zelf de lasten voor de WGA-uitkering. Hij kan ertoe besluiten verzekerd te blijven bij het UWV. In dat geval verstrekt het UWV de uitkering en is het UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie van de zieke werknemer. Kiest de werkgever echter voor het eigenrisicodragerschap dan verstrekt hij gedurende 10 jaar zelf de uitkering en is hij ook zelf verantwoordelijk voor de reïntegratie. Werkgevers die eigenrisicodrager zijn kunnen zich voor dit risico ook verzekeren bij een private verzekeraar. In dit geval verstrekt de verzekeraar de uitkering en ondersteunt deze bij de zorg voor de reïntegratie van WGA-uitkeringsgerechtigden. De 10 jaar gelden bij WGA uitkeringen waarvan het recht is ontstaan op of na 1 januari 2007. Voor uitkeringen waarvan het recht is ontstaan voor die tijd geldt een periode van 4 jaar.
 
De werkgever die eigenrisicodrager wordt loopt het inlooprisico, namelijk dat lopende ziektegevallen en reeds ingegane uitkeringen doorgaans niet onder de dekking van de private verzekering. Tevens lopen zij het uitlooprisico zodra zij het eigenrisicodragerschap beëindigen, bij private verzekeraar is dit over het algemeen wel verzekerd.
 
Werkgevers van zowel grote als kleine bedrijven kunnen per 1 januari en 1 juli van ieder jaar eigenrisicodrager WGA worden. De aanvraag moet uiterlijk 13 weken voor de beoogde ingangsdatum worden ingediend bij de Belastingdienst in combinatie met een zekerheidsstelling.